Vleesetende planten

Vleesetende planten, Sarracenia Vogel

Vleesetende planten, Sarracenia Vogel  – Groen – Planten – 00931 – Certi

Fascinerend om naar te kijken, deze ‘fatal attraction’! Vleesetende planten staan prachtig voor het raam, als miniarrangement in een schaal. En wat dacht u van een minimoeras in de tuin, of een minivijver bij uw zwembad?

In de vrije natuur worden de verschillende families van Vleeseters steeds zeldzamer, omdat hun habitat (moerassen en vochtige gebieden) steeds kleiner wordt. En juist daar hebben ze een extra voordeel, omdat ze uit het dierlijk voedsel dat ze eten ook vooral zwavel, stikstof en fosfor halen.

De verzameling Vleeseters bestaat uit vijf families en meer dan 600 soorten. Vleesetende planten worden ook wel Carnivoren genoemd, afkomstig van het Latijnse ‘carnis’ (vlees) en ‘devorare’ (eten, verslinden).Vleeseters halen hun voedsel uit de bodem en vangen kleine insecten en spinnen. Daar hebben ze twee verschillende strategieën voor:

1. Het prooidier wordt gelokt, vastgehouden en vanzelf verteerd door plantensappen. De dierlijke voedingsstoffen worden door de plant opgenomen en de rest van de insecten wordt uitgescheiden.

2. Vleesetende planten die dieren vangen maar deze niet zelf verteren, maken gebruik van bacteriën die zich op de bladeren bevinden en eten de mest die deze bacteriën uitscheiden.

Vleesetende planten lokken en vangen de insecten op verschillende manieren:
De Sarracenia Vogel heeft een ;

Bekerval

De val van deze groep vleesetende planten bestaat uit een bekervormig blad. Aan de rand aan de bovenkant van de beker bevindt zich een glad opperlak met kleine ribbels die loodrecht naar beneden lopen. Komen insecten op dit oppervlak terecht, dan hebben ze geen schijn van kans en vallen ze onder in de beker. Onderin de beker bevinden zich sterke haartjes, die naar beneden gericht zijn: hierdoor is ontsnappen bijna onmogelijk. In de beker zit een waterig, zurig mengsel dat het slachtoffer verteert.

De verzameling van de Sarracenia (Trompetbekerplant) bestaat uit ongeveer acht tot elf groenblijvende of meerjarige vleesetende planten uit het oosten en noordoosten van Amerika en Zuid-Amerika. Hoeveel soorten er precies zijn, is niet duidelijk, omdat er in de natuur ook soort- en hybridekruisingen hebben plaatsgevonden. Van oorsprong zijn het moerasplanten. De Sarracenia werd voor het eerst beschreven in 1576. Pas drie eeuwen later werd vastgesteld dat het om een vleesetende plant ging.
De plant gedijt het beste in turfveen of langs met gras begroeide vijverranden. Sarracenia heeft zure grond nodig en moet met regenwater begoten worden. De plant heeft veel zon nodig en staat in de winter het liefst op een koele, vochtige plek.
Alle soorten hebben ongewoon veel bloemen, waarvan de stijl een soort scherm vormt ter bescherming van de stuifmeeldraden. De bloemen zijn meestal roodpaars, grijsgeel of meerkleurig. De buisachtige bladeren hebben ongeveer dezelfde kleur en zijn minstens net zo mooi. De vangklemmen van de plant zijn snel en beweeglijk.
Sarracenia is een passieve insectenjager en lokt prooidieren met nectar. Insecten worden aangetrokken door het kleurige blad, glijden langs de gladde randen naar beneden, verdrinken in het regenwater dat zich op de bodem heeft verzameld en worden uiteindelijk verteerd.

Standplaats

Zonnedauw en Vetkruid staan het liefst op een zonnige plek op de vensterbank of tuintafel.
In de tuin zet u vleesetende planten op een zonnige plek, een minimoeras heeft beschutting nodig.
Carnivoren houden van zon: door veel licht krijgt het blad een mooie, gezonde kleur.
Soorten die in de zomer liever wat meer schaduw hebben zijn Nephentes, Darlingtonia, Cephalotus Drosera Regia en Pinguicula (een tropische Vetkruidsoort, afkomstig uit Mexico en de hoger gelegen gebieden in Venezuela, behoort tot de cultuurhybriden).
Zolang de planten voldoende regen- of kalkarm water hebben, kunnen ze in de zon staan. Voorkom uitdrogen.

De planten groeien op arme grond met een nitraattekort: dit voedingselement halen ze uit de insecten die ze vangen. De bodem moet dus zuur zijn, een mengsel van hoogveenturf en zand. Gebruik geen voedingsrijke grond: te veel stikstof is schadelijk voor de planten. Creëer nooit een minimoeras onder bomen en bladverliezende struiken: vleesetende planten kunnen niet tegen de schimmels die ontstaan tijdens het verrottingsproces van blad.

Afharden van een plant houdt in dat planten die u aankoopt, dan wel van binnen naar buiten plaatst, zich moeten aanpassen aan de temperatuur en lichtinvloeden. Dit doe je door regelmatig de planten aan de omstandigheden te laten wennen.
Niet afgehard ; Niet in de volle zon , maar wel op een lichte plaats.
Afgeharde planten; deze houden van veel zon, waarin het blad zich op zijn mooist verkleurd, gezonde groei en ook de bloei wordt bevorderd.
Zure aarde is voor vleeseters van levensbelang.
Mooi in een minituin waar de zure grond afgepast is voor vleeseters.
Een ouderwetse mini-teil of houten bak, waar je een vleeseters- biotoop maakt , leuk op het terras vol in de zon. De natuurlijke insectenbestrijder heb je bij de hand. De planten hebben ruimte nodig in uw aangeplante bak, daar ze mooi vol doorgroeien.
Niet op schaduwrijke of natte plaatsen zetten, daar ze door overtollig vocht gevoelig zijn.
Sarracenia,s vooral buiten zuiten in de zomer. In de herfst en winter koeler plaatsen.

Temperatuur

Kamertemperatuur 18-22 Graden Celsius.
In de winter hebben de vleeseters een rustperiode nodig, zet ze op een koelere lichte plaats. Tussen de 5 en 10 Graden Celsius. In de rustfase ; niet te veel water geven om schimmelgroei en rot te voorkomen.
De Sarracenia,s zijn winterharde moerasplanten, met de juiste standplaats beleeft u veel plezier in de tuin.
Gevoelig voor teveel wind en regen

Verzorging

De planten in een laagje water plaatsen of de potaarde , sphagnum, mos of veenturf vochtig houden.
U kunt ook Orchideeënaarde gebruiken.
Kalkarm- of regenwater gebruiken, opdat de zouten niet in de aarde achterblijven. Van minerale zouten verrotten anders de wortels.
Geef geen water op de planten , maar in de schotel of op de potaarde.
Vleeseters hebben geen behoefte aan extra plantenvoeding.
De planten kunt u ook levende insecten voeren als ze binnen staan.
Mini-tuin in een pot ; opletten dat de aarde niet uitdroogt en zorgen voor een goede afvoer van te veel water. De planten houden niet van opstuwend vocht.
Verwijder afgestorven bruine blaadjes of kelken om schimmelgroei te voorkomen.